St. Cyriacus Parochie Hoonhorst

Home > Historie > Historie Parochie

Historie parochie
In 1770 werd de eerste kerk van Hoonhorst, liggende in het gebied de Lenther Marke, gebouwd. In januari van dat jaar ging er een verzoek van enkele katholieken uit het kerspel Dalfsen richting baron Sloet, de drost van Salland, waarin het volgende gevraagd werd: “met diep respect wensen de roomse ingezetenen van het kerspel Dalfsen, met behoorlijke permissie al sedert jaren rond Dalfsen en sedert enige tijd in een huis van de Heer van Schoonheten hun godsdienst beoefend hebbende, om bij de plaats van de tegenwoordige godsdienstoefening een loods of gebouw op te zetten, inclusief bewoning voor de priester die met permissie daar de godsdienst verricht. In de manier en wijze waarop zal als vanouds niets veranderd worden. U ootmoedig verzoekende hier toestemming voor te willen geven”.

            Op 3 februari 1770 liet de drost weten akkoord te gaan met het verzoek, waarbij hij opmerkte dat het uiterlijk van de kerk aan allerlei voorschriften moest voldoen en geen aanstoot of ergernis mocht veroorzaken. Dit hield in dat de kerk en de pastorie onder één dak mochten verschijnen, maar op voorwaarde dat het geheel er uitzag als een boerenwoning. Het aanbrengen van een toren, klokken en ornamenten werd niet toegestaan. Daarnaast mochten in de toekomst alleen in de nieuw op te richten kerk godsdienstige bijeenkomsten worden gehouden. Zoals uit het bovenstaande blijkt had het kerkgebouw nauwelijks enige uitstraling. Het gebouw was rechthoekig van vorm met een lengte van 67,5 voet en een breedte van 33,5 voet (Amsterdamse maat). In de periode 1810-1813 werd de pastorie gebouwd. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit eerste kerkje grotendeels op de plek van de huidige kerk gestaan. De grond waarop de kerk werd gebouwd, was eigendom van het echtpaar Bentinck, die dit stuk grond voor het bedrag van 1400 gulden verkocht aan de gemeenschap in Hoonhorst. Een bedrag dat moeilijk op tafel kon worden gelegd, onder meer vanwege de ongunstige economische tijden. Toch kon de grond worden betaald en verrees op die plek de eerste kerk van Hoonhorst en was er dankzij fundaties, collectes en schenkingen zelfs geld beschikbaar voor verfraaiing van het interieur, installatie van een orgel en de aankoop van attributen. Het verval van het gebouw sloeg echter toe, getuige een aantekening van het aartsbisdom Utrecht omstreeks 1853 waarin de kerk als “zeer bouwvallig” werd bestempeld en er al voorzichtig werd gezinspeeld op de bouw van een nieuwe kerk.

            Vanaf 1821 was het mogelijk om overledenen in Hoonhorst te begraven. In dat jaar werd namelijk het kerkhof aangelegd waarna het in 1837 nog eens met de helft uitgebreid werd. Zoals opgemerkt was het kerkgebouw aan verval onderhevig, waarop plannen werden gemaakt voor de bouw van een nieuwe kerk. Het was echter nog maar de vraag of deze kerk er zou komen. Het bisdom was namelijk bezig met een nieuwe parochie-indeling in Salland en was van plan in Heino en Dalfsen een kerk te laten bouwen. Dit zou betekenen dat Hoonhorst, met zo’n 1200 parochianen, als zelfstandige parochie overbodig werd. De Hoonhorster parochianen hadden de keuze in Heino of Dalfsen naar de kerk te gaan. Pastoor Van Dam drong er bij het bisdom op aan de parochie Hoonhorst te laten bestaan. Het bisdom besloot uiteindelijk dat de parochie Hoonhorst mocht blijven bestaan en dat er een nieuwe kerk gebouwd mocht worden. Het kostte echter nogal wat moeite om de bouw van deze kerk te realiseren. De bedoeling was de kerk te bouwen op de plek waar zich tegenwoordig het parkeerterrein bevindt. Verschillende (overheids)instanties maakten echter bezwaar tegen de bouwplannen. De toren kon maar beter weggelaten worden, evenals het uurwerk en de talrijke verfraaiingen. Pastoor Van Dam moest zelfs een bezoek brengen aan de bisschop om hem ervan te overtuigen dat de parochianen graag een toren op de kerk wilden. De bisschop eiste op zijn beurt dat de kerk een Duitse Gotische stijl moest uitstralen. In 1856 kon begonnen worden met de bouw van de kerk, wat uiteindelijk 2 jaar duurde. Enkele kerkbanken uit de oude kerk werden opgeknapt en in de nieuwe kerk geplaatst, evenals het altaar, de preekstoel en de communiebank. Op 12 mei 1858 werd de kerk ingewijd. Een groot probleem vormde het onderhoud van deze nieuwe kerk. Lekkages waren bijna aan de orde van de dag en telkens moest de kerk gewit worden. In 1875 werd de kerk voorzien van een nieuw orgel door de firma Maarschalkerweerd & Zn. uit Utrecht. De pastorie, daterend uit 1770 en talloze malen gerestaureerd, moest in 1924 plaats maken voor een nieuwe pastorie.

foto-historie-1

De in 1858 gebouwde kerk bepaalde het gezicht van Hoonhorst tot 1963. Tegen die tijd was het kerkgebouw aan het eind van zijn latijn. Restauratie zou meer dan een ton kosten en slechts voor korte tijd nut hebben, terwijl voor iets meer dan het dubbele van dat bedrag een nieuwe kerk gebouwd kon worden. Het besluit tot het bouwen van een nieuwe kerk was niet gemakkelijk. Met de sloop van de oude kerk zou een stuk traditie, sfeer en uitstraling verloren gaan. De nieuwe kerk werd ontworpen door ir. P. Starmans en op 20 mei 1962 werd begonnen met de bouw van de nieuwe kerk, vlak naast de oude kerk. Deze werd in 1964 afgebroken, waarbij de luidklok een plek kreeg in de toren van de nieuwe kerk. Ook het orgel bleef bewaard en kreeg een plek in de nieuwe kerk. Daarnaast werd in 1965 een nieuw parochiehuis aan de Lage Weide in gebruik genomen en werd in 1984 begonnen met de bouw van een aula, tussen de kerk en de pastorie. In deze aula worden de doordeweekse vieringen gehouden en bestaat de mogelijkheid overledenen op te baren. In 1990 was de kerk aan de beurt voor een grote restauratie. De toren en de buitenmuren van de kerk moesten opnieuw worden ingemetseld en ingevoegd en de ramen moesten opnieuw waterdicht worden gemaakt. Daarnaast moest er ook het nodige schilderwerk gebeuren. Om deze kostbare operatie te financieren werden twee acties opgezet. Ten eerste werden obligaties uitgegeven en werden er renteloze leningen aangegaan. Daarnaast beschilderden parochianen leien, welke op een veiling verkocht werden. De opbrengst bedroeg meer dan 2 ton zodat een groot deel van de restauratie betaald kon worden. In 1994 verdween het parochiehuis aan de Lage Weide. Het nieuwe parochiehuis werd naast de St. Cyriacusschool gevestigd, op de plek waar vroeger de kleuterschool stond.

foto-kerk-01
Tegenwoordig maakt de St. Cyriacusparochie deel uit van het parochieverband Noord-Oost Salland. Ook de parochies van Dalfsen, Vilsteren, Ommen, Dedemsvaart, Slagharen, De Belte, Hardenberg, Lemelerveld, Lierderholthuis en Heino maken deel uit van dit parochieverband. Op dit moment wordt er gewerkt aan een fusering van deze parochies, zodat er uiteindelijk 1 parochie met de naam Emmanuël zal ontstaan.

* de tekst is grotendeels ontleend aan het boek ‘Geschiedenis van de Sint Cyriacusparochie Hoonhorst-Dalfsen’ (Heino 1995)